‘Een rondje om de kerk’. Door Emma Rijneke.

Door op nov 5, 2014 in Arnhem in de literatuur | 2 reacties

arnhem zwart witAls ik ’s morgens vroeg op vijf hoog in de Burgemeesterswijk mijn gordijnen opentrek en het mist niet, is het eerste waar mijn blik op valt die grote de lucht in stekende stomp. Nee, ik moet eerlijk zijn, het wàs jaren lang een stomp, met een soort koekoeksklok er tegenaan geplakt; nu lijkt hij meer op iets dat een kerk wil zijn en aarzelend en vooral traag uit zijn vierkantige ei kruipt: de Eusebiuskerk, in de middeleeuwen gebouwd, erna geschonden, herrezen en nu voor de zoveelste keer bezig te revalideren.

De vorige keer dat hij in de steigers stond, ergens in de jaren negentig, liepen een cameraman van de Stadsomroep en ik een rondje om die Eusebius , niet op de begane grond op het kale tochtige plein, maar ongeveer 20 meter onder de torenspits.

We waren daar beland via de tegen de voorkant aangeplakte werklift. Onderweg naar boven hadden we de steenhouwers gegroet. Boven stond een gure decemberwind, vooral de handen van de cameraman- ik kon de mijne in mijn zakken stoppen- begonnen al snel gevoelloos te worden. Onder onze voeten kierden wel erg brede spleten tussen de plankiers, maar het kon ons allemaal niet deren, want we mochten met eigen ogen zien en filmen wat in anderhalf boekje beschreven stond en wat in begin jaren zestig tot een enorme Arnhemse rel had geleid: de evenbeelden van Disneyfiguren, op grote hoogte rondom de kerk als waterspuwers aangebracht door de beeldhouwer H.J.Vreeling.

Ze waren er allemaal, Ollie B.Bommel,Tom Poes, Pluto de Hond, Wammes Waggel, Poppeye en de dwergen, uitkijkend over de bochten van de Rijn. En tussen hen in, met brilletje op, prijkt nog steeds, ook als waterspuwer, dominee G.C.Foeken, die zich hevig verzet had tegen wat nu op een hoogte van 70 meter zijn eveneens spuwende buren zijn. Ik hoop dat ze daarboven na ruim vijftig jaar in vrede naast elkaar leven.
In 1963 bemoeide ook Godfried Bomans * zich ermee :

Eusebiustoren Arnhem‘ En nu zitten we met de brokken. Een deel van de Arnhemmers vindt dat het niet te pas komt, een ander deel ziet er geen kwaad in. Laten we de voorstanders het eerst het woord laten. Hun argument is niet mis en luidt, dat de middeleeuwers precies hetzelfde gedaan hebben. Bekijk het snijwerk maar eens van hun koorbanken en de waterspuwers op de daken van hun kathedralen. Grapjasserij anders niet. Wie in de Bossche Sint-Jan aandachtig rondloopt ziet de vreemdste fantasieën en boven op de Notre-Dame van Parijs is het helemaal een dolle kermis. Ja, zeggen de tegenstanders, maar dat waren ‘persoonlijke scheppingen’. Elke beeldhouwer hakte tenminste z’n eigen nachtmerrie uit ’t hem toegewezen blok, terwijl een stenen Donald Duck maar een ruimtelijke kopie van het bekende plaatje is. Dat is geen ‘kunst’ meer.
Ziedaar de argumenten voor en tegen. Op dit niveau gevoerd lijkt me het twistgesprek volkomen uitzichtloos. Het wordt dan een kwestie van smaak en dat is nu juist het onderwerp waarover niet te twisten valt. Kunnen we niet wat dieper graven?

Het gaat er niet om dat die beeldhouwers van vroeger creatief leuk waren, terwijl de figuurtjes op de Sint-Eusebius de pasklaar gemaakte leukheid van een paar tekenaars imiteren. Het gaat erom, dat de leukheid van Mickey Mouse buiten elke religie staat en niet op een kerk thuishoort. Want wie in die oude waterspuwers en pilaarbijters uitsluitend malligheid ziet, vergist zich. Zij waren de tegenpolen van de engelen en heiligen, die in serene rust over de huizen van zo’n middeleeuwse stad keken. Zij ontkenden wat hen bezielde. Het hoge streven, waaruit zo’n kathedraal was opgebouwd,dat spuwden ze letterlijk uit. Zij vormden de satanische keerzijde van de middeleeuwse medaille. Wie deze duivels, griffioenen, chimères, gargouilles, draken en grijnzende bultenaars alleen maar als grapjasserij verstaat begrijpt niet de diabolische achtergrond van deze scherts.’

(fragment Ora pro nobis)

Het is ooit mijn bedoeling geweest bij de STA een film te maken over Arnhem aan de hand van literaire teksten over onze stad. Na boven beschreven opname ging de STA failliet. We hebben dus maar één fragment op kunnen nemen, de rest ligt al jaren in de vorm van papier in mijn la. Misschien kan ik ze weer nieuw leven inblazen?

*Godfried Bomans (1913-1971) was een Nederlandse schrijver, columnist en mediapersoonlijkheid. Bekende werken: De memoires of gedenkschriften van Mr. P(ieter) Bas (1936), Erik of het klein insectenboek (1939). Hij genoot ook bekendheid door zijn strip Pa Pinkelman en Tante Pollewop in de Volkskrant en door zijn vertaling van Dickens’ Pickwickpapers (1952). Landelijke bekendheid verwierf hij door zijn optreden in radio-en Tv-programma’s, zoals Kopstukken , Bomans in triplo en Groeten van Rottumerplaat (1971).

Emma Rijneke
was redacteur bij encyclopedie Oosthoek, toneelproductieleider, lid van de kunstredactie van de STA, mede-auteur van Toppers, boven de winkels in de Arnhemse binnenstad en schrijft een column voor de site van de Burgemeesterswijk Arnhem.

 

 

Van de redactie: we hebben alle mogelijke moeite gedaan om de rechthebbenden op deze tekst te achterhalen. Als iemand meent rechten te kunnen doen gelden, kan deze zich melden bij boekhandel Hijman Ongerijmd (hermien@hijmanongerijmd.nl).

    2 Reacties

  1. Allereerst wil ik opmerken dat mevr. E. Rijneke waarschijnlijk in plaats van ‘Poppye en de dwergen’ bedoeld heeft: ‘Sneeuwwitje en de 7 dwergen’- merkwaardig want wie kent ’t wereldberoemde sprookje niet?’t Gebeuren rond de door drs. Foeken (die tenslotte als één van de dwergen ook een plaatsje op 70 meter hoogte op de toren kreeg en daarmee onsterfelijkheid in steen bereikte!)en een Christelijke vrouwenbond gewraakte beelden veroorzaakte niet alleen een rel in Arnhem- maandenlang werd er in landelijke dagbladen verslag gedaan over ’t gekrakeel betreffende de omstreden beelden, ook verschenen in buitenlandse bladen artikelen erover o.a. Paris Mach en Time! De opmerkingen van Godfried Bomans vind ik een beetje bekrompen, NB: bedacht hij zelf niet de strip ‘Pa Pinkelman en Tante Pollewop’!? Al met al vond ik als 2e zoon van de kunstenaar Henk Vreeling en als aankomend beeldhouwer (Ik studeerde destijds op de ABKK- Academie voor Beeldende kunst en Kunstnijverheid- nu Hogeschool voor de Kunsten geheten)’t idee om stripfiguren (Heer Bommel en Tom Poes, scheppingen van Maarten Toonder dus, zijn er ook tussen te vinden, in totaal 28 koppen!)op de toren te plaatsen helemaal niet zo gek dus gewoon leuk en heb me evenals m’n vader niets aangetrokken van al die overdreven kritiek. Verder heb ik enkele jaren geleden op de site van ‘Arnhem Direct’ voorgesteld om onder de beelden een soort balkons te construeren, zodat ’t publiek de beelden van dichtbij zou kunnen bewonderen, want de beelden hebben toch ook wel enige meerwaarde als een soort icoon van allure! Heb echter geen positieve reactie hierover gekregen…….Helaas mag ik me nu ergeren aan de plannen van de Arnhemse gemeenteraad om ’t kerkplein vol te bouwen met een overbodig filmhuis+ woningen, een verstikkend en idioot idee, waarbij ik me afvraag wie uiteindelijk daarmee gediend is! Tot slot wou ik nog opmerken dat in 2013 een prachtig boek over de Eusebiuskerk is verschenen, waaraan ik ook heb bijgedragen. Achterin ’t boek wordt er uitgebreid aandacht besteed aan de Walt Disney figuren, de gehakte koppen worden vergeleken met de originele strip plaatjes! Titel van ’t boek: ‘De Sint-Eusebiuskerk te Arnhem Bouwsculptuur en bouwgeschiedenis’. ’t Is eigenlijk een prachtig uitgegeven leerboek over gotiek en is geschreven door Elizabeth den Hartog en Ronald Glaudemans met medewerking van Karel Emmens in opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. (ISBN 978 90 663 0018 7, NUR 648)

    Henny Vreeling

    13/09/2016

  2. Zowel Poppeye als de bekende dwergen maken deel uit van een uitgebreide opsomming van fantasiefiguren en horen evenmin als de andere genoemde figuren bij elkaar
    Mvg Emma Rijneke

    Emma Rijneke

    10/01/2017

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *